Technisch, wetenschappelijk en industriële musea op een nieuw spoor

Musea op een nieuw spoor - Texture

Heel wat technisch, wetenschappelijk en industriële musea vernieuwden onlangs, anderen hebben plannen hiervoor. Op 9 oktober organiseerde ETWIE, het expertisecentrum voor technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed, in samenwerking met ICOM-Vlaanderen de studiedag 'Op een nieuw spoor! Techniek, wetenschap en industrie in het museum anno 2015'. Goede (en minder goede) ervaringen werden gedeeld. Industrieel erfgoed is binnen de regio Zuid-West-Vlaanderen sterk vertegenwoordigd, in verschillende musea komt dit erfgoed aan bod. Onder andere het vernieuwingstraject van het Jukeboxmuseum en Texture werden tijdens de studiedag voorgesteld. 

Bram Wenes stelde de vernieuwing van het Jukeboxmuseum in Menen voor. Hoe een maatwerkbedrijf als 't Veer met het idee kwam om een museum te starten, en wat de meerwaarde is van de werking van een museum binnen deze sociaal-economische sector. Geert Ollieux verzamelde al lange tijd Jukeboxen en oude radio's. De collectie was sinds 1982 ondergebracht in een Jukeboxmuseum. Aangezien de grond en de loods waarin de collectie tentoongesteld werden verkocht werd was het museum in 2011 'met uitsterven bedreigd'. Dit bracht een kans voor 't Veer dat op zoek was naar een manier om haar diensten uit te bereiden naar de tertiaire sector. Gesprekken met Westtour en een SWOT-analyse vormden de basis voor een subsidiedossier. De samenwerking tussen 't Veer enerzijds, en de verzamelaar Geert Ollieux, anderzijds zorgt voor een win-win situatie. Geert kan blijven verzamelen, zijn collectie wordt permanent tentoongesteld en beheerd vanuit het museum. De collectie is wel ondergebracht in een stichting die stelt dat de collectie moet samen blijven en tentoongesteld moet worden aan het ruime publiek. 'T Veer baat het museum, dat ook als vergadercentrum fungeert, uit, en biedt zo, binnen het museum, werk aan zo'n 5 à 10 mensen met een arbeidsbeperking. Een deel van de collectie wordt tentoongesteld binnen de museumpresentatie, opgesteld in samenwerking met MADOC. De andere jukeboxen en radio's zijn te bezichtigen in het kijkdepot. Meer informatie vind je op de website van het Jukeboxmuseum. 

In 2014 opende Texture haar deuren. Als herprofilering van het in 1982 opgerichte Nationaal Vlasmuseum moest Texture op zoek naar een nieuwe plek, niet alleen letterlijk: het vlasverzendhuis bij de Leie, maar ook op de 'museummarkt'. De grootste uitdaging was om het publiek te blijven bereiken zonder het gezicht van het museum en de nijverheid te verliezen. Lies Buyse focuste op het marketingaspect binnen het vernieuwstraject, want hoe zet je nu je museum anno 2015 in de markt? Het museum kreeg een nieuwe naam en de ambitie een jonger publiek aan te spreken (de gemiddelende leeftijd van bezoekers in het Vlasmuseum was boven de 60 jaar). Het museum ging hiervoor ten rade bij het consultancybureau Deloitte, samen werkten ze een marketingplan uit. Er werd samengewerkt met een grote groep partners en experten. Het museum heeft een topcollectie over vlas maar het aantal bezoekers dat enkel voor de collectie het museum bezoeken is beperkt. Texture koos er onder andere bewust voor om een dynamiek op de 'museumsite' te creëren. Het gebouw herbergt naast het museum op zich ook bistro Kaffee Damast, polyvalente ruimtes, een atelier en bureaus. De opening van het museum verliep in drie fases: een pre-opening, de opening zelf en het museum op kruissnelheid. De pre-opening Tijdens de opening werd de stad, en het toekomstige publiek, nieuwsgierig gemaakt. De naam van het museum werd gelanceerd maar in de stad werd ook aan 'wildborduren' gedaan. Tijdens het openingsevenement werden activiteiten georganiseerd voor elke toekomstige doelgroep. Het museum op kruissnelheid werkt onder andere educatieve pakketten uit en er wordt ook toegewerkt naar buitenlandse bezoekers. Zie ook de website van Texture.

De studiedag werd afgesloten met een rondleiding in het nieuwe museum Trainworld in Schaarbeek. 

Meer informatie over de studiedag en de presentaties vind je bij ETWIE